Het waterstaatskerkje van pastoor Verhoeven is in 1913 vervangen door de huidige kerk. FOTO: Erfgoedhuis Veldhoven.
Het waterstaatskerkje van pastoor Verhoeven is in 1913 vervangen door de huidige kerk. FOTO: Erfgoedhuis Veldhoven.

Pastoor Verhoeven, 'zwart' en bijzonder

In iedere parochie is wel een bijzondere en kleurrijke pastoor te vinden. In Veldhoven-Dorp is pastoor Gerardus Verhoeven (1792-1875) zo’n pastoor. Maar liefst 49 jaar lang leidt hij de H. Caeciliaparochie in Veldhoven-Dorp en wel van 1826-1875. Geen enkele andere pastoor in Veldhoven-Dorp komt daar zelfs maar bij in de buurt.

VELDHOVEN - Pastoor Verhoeven is in de H. Caeciliaparochie van Veldhoven-Dorp ook de eerste niet-norbertijn. Vanaf de 13e eeuw tot 1826 nemen de Norbertijnen van Postel, oftewel de ‘witheren’, de zielzorg van Veldhoven-Dorp op zich. In 1826 is Postel niet in staat om voor een nieuwe pastoor te zorgen. Zo wordt Gerardus Verhoeven, seculier priester van het vicariaat ’s-Hertogenbosch, de eerste ‘zwarte’ pastoor van Veldhoven.

Hij komt daar niet in een gespreid bedje terecht. De financiële positie van de kerk is zorgelijk. De inkomsten per jaar bedragen 63,00 gulden, de vaste lasten 44,00 gulden, dus voor onderhoud blijft 19,00 gulden over. De kerk is dan een noodkerk die staat tegenover de huidige kerk, achter het huidige adres Dorpstraat 21-23 in Veldhoven-Dorp.

Van goeden huize

Door de ogen van nu is ook zijn eigen financiële situatie allerminst rooskleurig. In 1826 telt de parochie 815 zielen inclusief kinderen. Elke parochiaan die zijn eerste communie gedaan heeft, betaalt jaarlijks 9 stuivers, totaal nog geen 250,00 gulden per jaar. Daarnaast zijn er bescheiden inkomsten uit onder andere jaargetijden, uitvaarten en dopen. Alles bij elkaar is het nog geen 500,00 gulden. Toch is dat voor die tijd een redelijk goed salaris, meer dan 1,00 gulden per dag. Het doorsnee-gezin moet het met beduidend minder doen.

De pastoor woont dan in wat nu de Oude Pastorie is op het huidige adres Dorpstraat 93-95 in Veldhoven-Dorp. Tijdens zijn pastoraat wordt de noodkerk in 1834 vervangen door een nieuw kerkje, het zogenoemde waterstaatskerkje. Gelukkig is pastoor Verhoeven van ‘goeden huize’ en niet gierig. Aan de bouw en de inrichting van de nieuwe kerk draagt hij uit eigen middelen maar liefst een bedrag van 2.500,00 gulden bij.

Gelukkig is Verhoeven van ‘goeden huize en niet gierig

Preken

De preken van pastoor Verhoeven kunnen tot wanhoop van zijn parochianen soms buitengewoon lang duren. Tijdens een gastpreek in Westerhoven bijvoorbeeld, presteert hij het om zijn toehoorders anderhalf uur lang stichtelijk toe te spreken.

Als zijn assistent Joannes Dominicus de mis doet, verzorgt de pastoor de preek. Tijdens de preek wandelt zijn assistent in kazuifel op straat wat rond, genietend van zijn pijpje. Op een zondag preekt de pastoor zo lang, dat Sopers zich van zijn misgewaden ontdoet en pertinent weigert de H. mis na de preek voort te zetten. 

Als pastoor Verhoeven te oud is om op de preekstoel te klimmen, preekt hij terwijl hij voor de communiebank heen en weer strompelt. In zijn laatste levensjaren voelt hij zijn krachten afnemen. Hij is dan zodanig verzwakt dat zijn misdienaars hem in een rijtuigje van de pastorie naar de kerk moeten rijden. Soms gaat dat zo hard, dat de pastoor ze angstig tot kalmte maant. Hij blijft pastoor tot zijn overlijden op 25 maart 1875, 82 jaar oud.
Meer, op: erfgoedhuisveldhoven.nl

Afbeelding