
Aardappels als hoofdschotel
HistorieBij het 50-jarig bestaan van de gemeente Veldhoven in 1971 schrijft Marietje Bergmans-Moeskops voor het Veldhovens Weekblad haar herinneringen op aan het Veldhoven van begin 20e eeuw. Eén van haar verhalen gaat over het telen van aardappels.
VELDHOVEN - ‘Iedere burgerman beschikt in die tijd over wat akkergrond voor het telen van de wintervoorraad aardappelen. In het voorjaar moet het land worden omgespit. Ze doen dat met tweeën. De een schoept (graaft) de bovenlaag af en de ander spit de voor om. Vervolgens worden kuiltjes gemaakt waarin de pootaardappels worden gelegd. Meestal is dat het werk voor kinderen. De kuiltjes worden weer netjes gedicht en moeder natuur kan haar werk gaan doen.’
Gewied en gerooid
‘Na verloop van tijd, als de aardappelstruikjes omhoog komen, moet er danig gewied worden om het onkruid de baas te blijven. Het is een prestigekwestie om heel het veld keurig schoon te houden. ’s Zondags gaat men wandelen door de velden om te zien hoe mooi (of hoe lelijk) het er bij staat. Men weet al op voorhand hoe de oogst zal zijn. Daar hangt veel van af. De aardappel is in elk gezin de hoofdschotel.’
‘In het najaar worden de aardappels uitgedaan oftewel gerooid. Ook dit gaat met mankracht. Met een riek worden ze opgestoken, de pollen werden eruit geschud, de èrpels opgeraapt en gesorteerd in grote en kleine exemplaren. De grote aardappels gaan de kelder in, waar ze vorstvrij liggen, of ze worden in een aarden kuil gestopt, beschut door stro.’
Èrpelfooi
‘Het rooien wordt meestal gedaan door vrouwen. Als het werk gedaan is en de aardappels zijn opgeslagen, dan komt, als clou op het werk, de èrpelfooi. Die bestaat eruit dat men op een avond bij de burgerman, voor wie men gewerkt heeft, wordt uitgenodigd. Hij voorziet de vrouwen van koffie en trakteert ze op lekkernijen die ze thuis niet kennen: krentenbollen en bestellen (vierkante broodjes met in het midden een kuiltje), peperkoek en beschuit. Het is een waar feest. Als het gezelschap de buik vol heeft, wordt er gezongen. Een repertoire van bekende liedjes. Ze zingen zelfs meerstemmig, bijvoorbeeld ‘Achter in het stille klooster’, ‘Bij Sedan op den heuvel’, ‘Onder ’t lommer van ’t prieeltje’, ‘Beelden uit mijn kinderjaren’, ‘Van den boer z’n koe, troelala’, ‘Twee roosjes bloeiden aan mijn venster’, ‘Zo eenzaam en zo gans alleen’, etc.’
‘Als ze uitgezongen zijn, wordt er gekiend. De afroepster doet de kienblokjes in zo’n ouderwetse, gele geldzak. Die legt ze op haar schoot en rammelt er eens flink mee zodat de blokjes flink door elkaar worden geschud. En dan begint ze op zangerige toon: 31, 45, 24 etc. Tot je plotseling op hoge toon hoort roepen: “Kien!”. Er wordt even gecontroleerd en verder gaat het weer.’
‘Op het einde doen ze hun neusdoeken (soort poncho’s) om. Met elkaar onder de arm gaan ze zingend op huis aan. Het is dan dikwijls aardendonker, maar geen nood, de stallantaarn brengt uitkomst.’
‘De aardappel
is in
elk gezin
de
hoofdschotel’
De tekst van Marietje Bergmans-Moeskops (1900- 1981) is zo letterlijk mogelijk overgenomen met slechts hier en daar een kleine aanpassing aan het tegenwoordige Nederland. Soms is er een bijzin weggelaten om het verhaal enigszins in te korten. Marietje was getrouwd met schoenfabrikant Frans Bergmans.
Welkom
De heemkamer in Bibliotheek Veldhoven is open op donderdag van 10.30 tot 12.00 uur. Komt dat niet goed uit? Dan kan een afspraak gemaakt worden, bij voorkeur voor de zaterdagmorgen. Aanmelden hiervoor kan, via: info@erfgoedhuisveldhoven.nl
‘Het rooien wordt meestal gedaan door vrouwen’
