
Naaldbomen in huis, tuin en bos
AlgemeenDe winter is bij uitstek geschikt om het naaldhout eens wat beter te bekijken. Als de loofbomen hun bladeren hebben laten vallen, staat het naaldhout nog volop te pronken met z’n groene naalden. Een van de redenen om zo’n boom in huis te halen aan het einde van het jaar. Maar geen lariks dus, want die wordt net zo kaal als de loofbomen in de winter.
VELDHOVEN - In de bossen, maar ook in particuliere tuinen, staat een heel scala aan naaldbomen. Er zijn 3 families in Nederland. De dennen, cipressen en de taxussen.
De eerste familie heeft heel wat bekende leden. De fijnspar en de Nordmannspar natuurlijk. Beide altijd in trek als kerstboom. Dennenbomen in de Nederlandse bossen zijn bijna allemaal grove dennen: wel 95%. De rest is meestal zwarte den. Van de sparren is de genoemde fijnspar het meest talrijk. In parken en tuinen is de variatie erg veel groter, maar daar zijn veel geïmporteerde soorten bij. In de vorige eeuw laten rijke mensen bij hun landhuis soms een Pinetum aanleggen: een verzameling van exotische naaldbomen. Het kroonjuweel in zo’n verzameling is de sequoia of reuzenboom, die uit het Nevadagebergte in de VS komt.
De grove den
Het hout van de grove den kennen we uit de doe-het-zelf zaak als grenen. Ongeveer 100 jaar geleden is deze boom massaal aangeplant als houtleverancier voor de mijnbouw. Als stutpaal was de grove den in de Nederlandse mijnen onovertroffen, want het hout van de grove den kraakt voor het breekt. Zodoende werden de mijnwerkers gewaarschuwd voor een naderende instorting.
Het hout van de douglasspar lijkt zowel uiterlijk als in het gebruik op grenen. Omdat het hoge, rechtop gaande bomen zijn, werden er ook scheepsmasten van gemaakt.
Het hout van de fijnspar is in de handel voornamelijk onder de naam vuren bekend. Om thuis te klussen is het als timmerhout waarschijnlijk wel het meest gebruikt, in veel constructies. Ook als grondstof voor de spaanplaat en de papierindustrie is het hout van de fijnspar zeer geschikt.
Snoeien of niet?
Naaldhout is eerder in de evolutie ontstaan dan loofhout. Dit is onder andere te merken aan het feit dat naaldhout zich slecht laat snoeien. De plant overleeft een flinke snoei meestal niet. Pas later in de evolutie ontwikkelt zich het vermogen tot herstel na een snoeibeurt. Neem bijvoorbeeld de conifeer. Die laat zich als jonge plant prima tot een dichte haag snoeien. Een zware snoeibeurt, zoals het tot op de stam terugzetten van bomen of het tot op de grond afzetten van struiken, gaat wél prima bij een laurier of buxus, maar overleeft de conifeer niet.
Recreatie
De laatste jaren heeft in veel productiebossen met naaldhout (mijnhout) bosvernieuwing plaatsgevonden. Er is veel gekapt. Grote open stukken zijn weer heidevelden geworden en op kleinere open plaatsen worden andere boomsoorten geplant. Een grote verbetering voor de wandel-recreatie.
Een leuke bezigheid tijdens de wandeling is het proberen te achterhalen met welke naaldboomsoort men te maken heeft. Kegels en naalden geven belangrijke informatie. In elk seizoen aanwezig, dus ook in de winter.
Meer, op: ivn.nl
Waar de loofbomen in de winter gesnoeid moeten worden, wordt de coniferenhaag in mei/juni en augustus/september onder handen genomen. Dat moet zeker elk jaar gedaan worden, want als de haag echt te dik wordt, is smaller maken niet meer mogelijk. Een kale stam met een groen pluimpje is dan het weinig aantrekkelijke resultaat.
Pinetum
Wie eens een pinetum wil bezoeken kan bijvoorbeeld in Eindhoven op twee plekken terecht. De tuinarchitect Dirk Tersteeg heeft begin vorige eeuw er een aangelegd bij kasteel Eckartdal en ook op landgoed de Wielewaal. Beide staan open voor bezoek.
Jeneverbes
is ook
een
naaldboom
