
Poelen zijn bronnen van veel leven
In Veldhoven zijn langs de Dommel al gauw een 20-tal oude en nieuwe poelen te vinden. Een paar zijn er toegankelijk voor het publiek. Bij de Molenvelden, in Toterfout en op particuliere terreinen zijn er de laatste jaren ook nieuwe poelen aangelegd. Het belang van poelen kan niet worden overschat. Ze zijn ontzettend belangrijk voor de biodiversiteit, doordat ze een bron van leven zijn.
VELDHOVEN - Goede poelen zijn niet te klein en hebben delen met verschillende diepte en geleidelijk verlopende oevers. Maar liever geen grote vissen in de poel, want die eten de insectenlarven op. Zon op het water is ook heel belangrijk, vooral in het voorjaar als de kikkers en padden hun kikkerdril achterlaten.
Naast amfibieën zijn in de poelen nog tal van andere dieren en diertjes aan te treffen. Insecten die hun leven in het water doorbrengen, maar ook insecten waarvan alleen de larven in het water leven. En natuurlijk ook kleine visjes. Bijvoorbeeld de stekelbaars: een 4 à 5 centimeter lang visje, met stekeltjes op de rug. Het mannetje kleurt in de paartijd felrood en blauw. Hij bouwt van modder en plantenresten een nestje. Hij lokt het vrouwtje ernaartoe, die daar haar eitjes legt. Het mannetje zwemt daarna over de eitjes om ze te bevruchten.
Libellen
Uit de eitjes die het libellenvrouwtje in het water legt, komen na verloop van tijd nimfen (in aanleg al volledige, kleine libellen). Door herhaaldelijk te vervellen gaan de nimfen steeds meer op de volwassen libellen lijken. Na 1 tot 5 jaar, afhankelijk van de soort, kruipen ze langs een plantenstengel het water uit. Dan splijt hun huid en komt er een volwassen libel uit tevoorschijn.
Libellen leven overigens niet lang; de meeste volwassen soorten slechts maar een paar weken.
Amfibieën
Veel amfibieën brengen hun leven door op een afstandje van enkele honderden meters rond hun geboortepoel. De Griekse woorden 'amfi' en 'bios' betekenen 'dubbelleven', een amfibie heeft dus zowel land als water nodig om te leven. Voor de voortplanting hebben kikkers stilstaand, ondiep water nodig van goede kwaliteit. Ze paren en leggen hun eitjes (kikkerdril) in het water. Daaruit komen kikkervisjes die na verloop van tijd achterpootjes en voorpootjes krijgen. Het dikkopje is een klein kikkertje geworden. De volwassen amfibieën verlaten vaak al snel na de afzetting van de eieren het water.
Een glanslibel legt 1000 eitjes in het water
Houtstapels
Salamanders en kikkers blijven dicht in de buurt van de poelen. Ze zijn te vinden op vochtige, beschutte plaatsen, zoals houtstapels, tussen stenen, bladeren of dichte vegetatie. Op deze plaatsen kunnen ze ook overwinteren. De omgeving van de poel heeft grote invloed op het voorkomen van de verschillende amfibieënsoorten. Poelen in de nabijheid van natuur- en bosgebieden of in gebieden met houtwallen en ruigten herbergen de meeste soorten. De meest voorkomende soorten zijn de bruine en de groene kikker, de gewone pad, de kleine watersalamander en, plaatselijk, de alpenwatersalamander (onder andere bij Veldhoven). In de poelen van het Toterfout leefde vroeger de zeldzame knoflookpad. Hopelijk wordt hij binnenkort weer gesignaleerd.
