De dagpauwoog met de kenmerkende ronde vlekken op de vleugels is in maart al te zien. FOTO: Rien de Schipper.
De dagpauwoog met de kenmerkende ronde vlekken op de vleugels is in maart al te zien. FOTO: Rien de Schipper.

De vlinders van het voorjaar

Van alle insecten zijn vlinders toch wel de meest opvallende en veel mensen vinden ze fascinerend. Over de hele wereld komen meer dan 150.000 soorten vlinders voor. In Nederland zijn het er meer dan 2.000, waar van 70 soorten dagvlinders. Nu het voorjaar wordt, kunnen er meteen enkele dagvlinders waargenomen worden.

VELDHOVEN - De vlinders zijn onderverdeeld in 2 groepen: de dag- en de nachtvlinders. De dagvlinder heeft meestal felgekleurde vleugels die in rust omhoog staan en voelsprieten die eindigen in een knopje. De nachtvlinder daarentegen heeft onopvallend gekleurde, in rust geopende vleugels. De voelsprieten eindigen niet in een knopje, maar zijn veer- of draadvormig. Alle vlinders maken in hun leven vier stadia door van ei via rups en pop tot vlinder.

Blauwtje

Overwintering gaat op verschillende manieren. De meeste soorten overwinteren als rups, zoals dikkopjes, zandoogjes en het icarusblauwtje. Het boomblauwtje en de koolwitjes gaan als pop de winter in en de sleedoornpage als eitje. Al deze vlindersoorten moeten in het voorjaar hun diverse gedaanteverwisselingen nog doormaken, dus die gaan pas later als vlinder de lucht in. De atalanta en de distelvlinder trekken in de herfst naar warme zuidelijke streken om daar de winter door te brengen. Die zijn dan per april-mei weer te zien. De dagpauwoog, kleine vos en citroenvlinder tenslotte gaan als vlinder de kou in. Zodra de temperatuur stijgt zijn ze meteen wakker. Daarom zijn dat de vlinders die al vroeg in het voorjaar te zien zijn.

Citroenvlinder

De dagpauwoog en de kleine vos overwinteren als vlinder op een donkere, koele plek, zoals een holle boom of een schuur. Op zonnige dagen in februari komen de eerste vlinders weer tevoorschijn. De citroenvlinder zoekt een beschutte overwintering in dichtgroeiende planten, zoals hulst, klimop en bramen, of dicht bij de grond in een graspol. Het komt voor dat ze op zonnige winterdagen hun schuilplaats verlaten om op een andere plek verder te overwinteren. Deze mooie, opvallende gele vlinder kan dus zeker nu al gespot worden.

Brandnetelszijnbelangrijkvoor vlinders

Waardplanten

Vlinders hebben planten nodig om eitjes op af te kunnen zetten en waarvan de rups kan eten. Die worden waardplanten genoemd, zoals grote brandnetel voor de kleine vos en de dagpauwoog. De citroenvlinder heeft de vuilboom nodig voor haar eitjes. Als de eitjes uitkomen, zijn de bladeren van de waardplant het eerste voedsel van de rups. Nectarplanten, zoals de vlinderstruik, zijn voor de volwassen vlinder van belang. Een vlindervriendelijke tuin zal dus vooral veel variatie van inheemse planten moeten bieden voor de verschillende ontwikkelingsstadia van de vlinder.
Er zijn nog andere voorwaarden voor een vlindervriendelijke tuin: vliegruimte, warmte, luwte, vocht en voedsel. Er moeten zonnige, schaars begroeide, open plekken zijn, die vliegruimte bieden. Op de randen van open plekken kunnen hogere struiken geplant worden. Dit helpt de vlinder bij de oriƫntatie. Vlinders draaien hun vleugels als zonnepanelen naar de zon om warmte op te nemen, waardoor ze sneller vliegklaar zijn. Veel vlinder-vriendelijke planten gedijen uitstekend op zo'n warme plaats.




Afbeelding