De naam van de Amanita muscaria kent iedereen: de Vliegenzwam. Ofwel rood-met-witte-stippen. FOTO: Rien de Schipper.
De naam van de Amanita muscaria kent iedereen: de Vliegenzwam. Ofwel rood-met-witte-stippen. FOTO: Rien de Schipper.

Als het plantje maar een naam heeft

Maatschappelijk

Ouders kiezen zelf de naam van hun kinderen en de kinderen kiezen op hun beurt de namen van hun knuffels. Maar de officiële namen van planten komen op een streng geregelde manier tot stand. Alle planten (en schimmels) hebben een wetenschappelijke naam. Met de wetenschap van de naamgeving hielden zowel de Grieken als de Romeinen zich al bezig. 

VELDHOVEN - 300 jaar geleden is het moderne systeem van namen bedacht door de Zweed Linnaeus, de grondlegger van wat met een moeilijk woord de ‘binaire nomenclatuur’ heet. 2-voudige naamgeving dus: een voornaam en een achternaam.
In elke plantengids en bij het tuincentrum, worden deze namen gebruikt. Een plant heeft een Latijnse geslachtsnaam en een soortaanduiding. Zo heet bijvoorbeeld het 3-kleurig viooltje Viola tricolor, het Maarts viooltje heeft als wetenschappelijke naam Viola odorata (het ruikt lekker). Dit systeem is over de hele wereld hetzelfde en dat is erg makkelijk en nuttig.

Stinkende Gouwe

Behalve een wetenschappelijke naam hebben veel planten ook een Nederlandse naam. De namen, die hier voor planten worden gebruikt zijn vaak erg duidelijk en zinvol.
Brandnetel is een naam, die de onprettige eigenschap van deze plant weergeeft en de naam aardappel verwijst naar de groeiplaats. Kooltjevuur is ook duidelijk: een plant met vuurrode bloemen. De naam Stinkende gouwe heeft geen toelichting nodig. Wie door een plantenboek bladert komt 10-tallen van dit soort namen tegen.
Interessant is, dat veel planten ook een streekgebonden naam hebben. Deze namen zijn zeker niet wetenschappelijk verantwoord, maar vaak wel erg leuk en logisch. De bekende paardenbloem heeft in ons land 10-tallen namen. Paardenbloem geeft aan, dat paarden er graag van eten. Ook varkens en konijnen eten het. In Friesland zeggen ze er hijngsteblom tegen en in Noord-Holland varkensbloem of konijnenbladen. In deze streek heten ze weer ganzentongen en in Zeeland melkriet. Dezelfde paardenbloem stond in de volksgeneeskunst bekend om zijn vermogen urine af te drijven en wordt daarom plaatselijk ook beddepisser of pis-in-’t-bed genoemd...

Knoesels en knorzels

In Veldhoven en de omliggende Kempen beginnen de oude namen steeds meer in onbruik te raken. Het dialect verdwijnt, de mensen leven niet meer zo dicht bij de natuur en de bevolking is zeer gemengd van samenstelling geworden.
Toch zijn er nogal wat namen, die door veel Veldhovenaren nog worden gebruikt, zoals krutjes voor dennenappels, die ook wel maasteböllekes worden genoemd. Kruisbessen heten knoesels of knorzels en goudreinetten haauwappels. Huislook wordt donderblad genoemd, omdat het tegen blikseminslag zou beschermen als het op het dak wordt geplant. Wilg en vlier worden fluitjeshout genoemd, want die kan men ervan maken. En wie gebruikt voor tuinbonen, vanwege hun laxerende werking, nog de naam gatschuivers?
De volksnamen zijn aan het verdwijnen en dat is jammer. De haagwinde pispötjes noemen is toch leuker dan Calystegia sepium?


Meer informatie over het IVN, op: ivn.nl/afdeling/veldhoven-eindhoven-vessem

Tegendeel
De vliegenzwam heet niet zo omdat hij vliegen aan zou trekken. Eigenlijk is het tegendeel het geval. Boeren maakten vroeger van de witte stippen een papje, dat ze in de stal neerzetten. De vliegen kwamen erop af en vielen dood neer als ze van het spul aten.

Databank

Wie meer wil weten over plantennamen in Nederland kan terecht bij PLAND. Dat is de databank Plantennamen in de Nederlandse Dialecten van het Meertens Instituut. Deze geeft een uitgebreid overzicht over de volksnamen van planten in Nederland.

De namen
van planten
worden
logisch gekozen

Afbeelding