
De plantjes bij hun naam noemen
AlgemeenIn tegenstelling tot de benaming van bijvoorbeeld kinderen, knuffels en konijnen, is de naamgeving in de natuur streng geregeld. Alle planten en dieren hebben een wetenschappelijke naam. De Grieken en de Romeinen houden zich al bezig met de wetenschap van de naamgeving. In de 18e eeuw is het moderne systeem bedacht door de Zweed Linnaeus: de grondlegger van de dubbele naamgeving.
VELDHOVEN - In elke plantengids en bij het tuincentrum, zijn deze namen terug te vinden. Een plant heeft een Latijnse geslachtsnaam en een soortaanduiding. Zo heet bijvoorbeeld het 3-kleurig viooltje Viola tricolor, het maarts viooltje heeft als wetenschappelijke naam Viola odorata (het ruikt lekker).
Dit systeem is over de hele wereld hetzelfde, dat is erg makkelijk en nuttig. Overigens hebben dieren ook allemaal een Latijnse naam. Zelfs de mens: Homo sapiens sapiens.
Stinkende gouwe
Behalve een wetenschappelijke naam hebben veel planten ook een Nederlandse naam of als het een bekende plant is: een Brabantse naam. De namen, die voor de planten gebruikt worden zijn vaak erg duidelijk en zinvol. Brandnetel is een naam, die de onprettige eigenschap van deze plant weergeeft en de naam aardappel verwijst naar de groeiplaats. Kooltje-vuur is ook duidelijk: een plant met vuurrode bloemen. De naam stinkende gouwe heeft geen toelichting nodig.
In een plantenboek zijn 10-tallen van dat soort namen te vinden. Interessant is, dat veel planten ook een streekgebonden naam hebben. Deze namen zijn zeker niet wetenschappelijk verantwoord, maar vaak wel erg leuk en logisch.
Melkriet
De bekende paardenbloem heeft in Nederland zeer vele namen. Paardenbloem geeft aan, dat paarden er graag van eten. Ook varkens en konijnen eten het. In Friesland heet de paardenbloem ‘hijngsteblom’ en in Noord-Holland ‘varkensbloem’ of ‘konijnenbladen’. In deze streek heten ze weer ‘ganzentongen’ en in Zeeland ‘melkriet’. Dat laatste verwijst dan naar de holle bloemstengel en het witte sap dat eruit druipt na het plukken.
Dezelfde paardenbloem staat in de volksgeneeskunst bekend om zijn vermogen urine af te drijven en wordt daarom plaatselijk ook ‘beddepisser’ of ‘pis-in-’t-bed’ genoemd…
Knoesels en knorzels
In de stad en ook in de Kempen in het algemeen, beginnen de oude namen steeds meer in onbruik te raken. Het dialect verdwijnt, de mensen leven niet meer zo dicht bij de natuur en de bevolking is zeer gemengd van samenstelling geworden. Toch zijn er wel wat namen, die door veel mensen nog worden gebruikt, zoals ‘krutjes’ voor dennenappels, die ook wel ‘maasteböllekes’ worden genoemd. Kruisbessen heten ‘knoesels’ of ‘knorzels’ en goudrenetten ‘haauwappels’. Huislook heet ‘donderblad’, omdat het tegen blikseminslag zou beschermen als het op het dak wordt geplant. Wilg en vlier worden ‘fluitjeshout’ genoemd, want die kan men ervan maken. En wie gebruikt voor tuinbonen, vanwege hun laxerende werking, nog de naam ‘gatschuivers’?
De volksnamen zijn aan het verdwijnen en dat is op zich wel jammer. De haagwinde ‘pispötjes’ noemen is toch leuker dan Calystegia sepium?
ivn.nl
Herfsttijloos heeft de eigenaardigheid, dat hij in het najaar bloeit zoals de krokus, maar dan zonder bladeren. Een hele reeks namen is het gevolg: ‘droogbloeier’, ‘nakende wiefkes’, ‘bloem-zonder-blad’, ‘martelaren van Gorcum’ en zelfs ‘hanenkloten’.
IVN VEV
Borstbeeld
Linnaeus promoveert in 1735 aan de Universiteit van Harderwijk. In de toren van de voormalige universiteit is een borstbeeld van de beroemde promovendus geplaatst en vanaf dat moment is de toren bekend onder de naam Linnaeustoren.
De namen van
planten worden
logisch
gekozen
