Deze vlinder (Vanessa Atalanta) vertrekt vóór de winter naar Zuid-Frankrijk, zijn nakomelingen komen het jaar daarop weer terug. FOTO: Rien de Schipper.
Deze vlinder (Vanessa Atalanta) vertrekt vóór de winter naar Zuid-Frankrijk, zijn nakomelingen komen het jaar daarop weer terug. FOTO: Rien de Schipper.

Wat is er nog te eten, deze winter?

De herfst is het jaargetijde waarin de natuur zich gereed maakt voor de winter. Veel planten en dieren moeten aanpassingen doen om die koude periode te overleven. Alle levende wezens hebben een ingebouwde klok die dit proces in gang zet. Deze klok wordt gestuurd door de zon. Lage zonnestand betekent lage temperatuur en minder licht.

VELDHOVEN - Net als de mens moeten warmbloedige dieren regelmatig blijven eten om in leven te blijven. Als dat voedsel er in de winter niet of nauwelijks is, moeten deze dieren dus maatregelen nemen. Dat kan per diersoort heel verschillend uitpakken.
Veelvoorkomende oplossingen voor het voedseltekort zijn: verhuizen, andere dingen eten óf helemaal niet eten en voedsel opslaan. Trekvogels en een enkele vlinder vertrekken onder invloed van de korter wordende dagen naar het zuiden.
Ga bij mooi weer in het najaar eens naar een open vlakte waar goed uitzicht is, bijvoorbeeld de Dommelbeemden of het vliegveld. Het is echt verbazend hoeveel soorten en aantallen vogels er overvliegen.

Winterslaap

Andere warmbloedige dieren lossen hun voedselprobleem anders op: ze gaan in de herfst in winterslaap. De bekendste winterslaper in onze streken is wel de egel. Tijdens de winterslaap zakt zijn lichaamstemperatuur naar ongeveer 6 graden Celsius. Ook zijn ademhalingstempo en hartslag dalen zeer sterk. In deze toestand gebruikt de egel bijna geen energie. Mocht je er een vinden, meestal onder een hoopje bladeren, laat hem dan slapen. Tussentijds wakker worden kost enorm veel energie en betekent meestal de dood van de egel, doordat zijn vetvoorraad te vroeg wordt opgebruikt. Ook vleermuizen, hamsters en marmotten zoeken een veilige schuilplaats en gaan in winterslaap.

Aanvreten

De dieren die in Nederland in de winter actief blijven, trekken een dikke warme jas aan. Eekhoorns, muizen en gaaien leggen ook een voedselvoorraad aan. Soms schakelen dieren over op ander voedsel. Let maar eens op aangevreten jonge boompjes, waarvan de schors in strenge winters dient als voedsel. Koolmees, pimpelmees en heggemus, allemaal insecteneters, schakelen in de winter over op zaden en vetten die op de voertafels liggen.

Dood hout iseen schuilplaatsvoorinsecten

Strooisellaag

Insecten overwinteren veelal als larve, pop of ei. Dit kan, omdat ze een soort antivries hebben gevormd. Enkele vlindersoorten overwinteren als vlinder in kieren en spleten. Als in het najaar de ramen en deuren wijd open staan willen ze graag binnenkomen om daar te overwinteren. Het zijn deze overwinteraars die we in het voorjaar als eerste weer zien rondfladderen, zoals de citroenvlinder en de kleine vos. Veel insecten verbergen zich in de herfst in de strooisellaag op de bodem. Door ontbinding van natuurlijk materiaal, wordt daar veel warmte opgewekt. Het vriest er dan ook nagenoeg nooit.

Levensritme

Vissen zijn koudbloedig. Hun lichaamstemperatuur is dus gelijk aan die van de omgeving. Door de afkoeling van het water komt hun levensritme bijna tot stilstand.

Kikkers, padden en salamanders kruipen in de strooisellaag of in de modderlaag van niet al te diep water. Dat biedt ze bescherming tegen de winterkou.


Afbeelding