Bij de koekoek is de trekroute helemaal voorgeprogrammeerd in het jong: hij kan niets van zijn ouders leren. FOTO: Marcel van de Kerkhof.
Bij de koekoek is de trekroute helemaal voorgeprogrammeerd in het jong: hij kan niets van zijn ouders leren. FOTO: Marcel van de Kerkhof. (Foto: )

Vogels met ingebouwde navigatie

IVN VEV

2-wekelijkse bijdrage van het IVN

Vogelsoorten die 's winters onvoldoende voedsel kunnen vinden, brengen deze periode meer zuidelijk door, bijvoorbeeld in Spanje of in Afrika. 2 van deze vogelsoorten zijn misschien niet zo bekend, maar ze worden toch regelmatig gesignaleerd in de omgeving van Veldhoven. Het zijn de visarend, die ieder najaar langskomt bij het Beuven op de Strabrechtsehei en de wespendief, een grote buizerdachtige vogel die leeft van wespenbroedsel en zijn nest maakt op verschillende plaatsen rondom Veldhoven.

VELDHOVEN - Beide vogels zijn trekvogels; de visarend kan moeilijk vis vangen als plassen en meren de kans lopen om dicht te vriezen en de wespendief zou 's winters op ander voedsel moeten overstappen om te overleven, maar dat doet hij niet. Aan de dieren vastgemaakte zendertjes tonen via welke route de vogels naar Afrika trekken. Hoe komt het dat ze de weg niet kwijtraken boven de Sahara of boven zee?

Kompas

Het is bekend dat trekkende vogels gebruik maken van meerdere manieren om hun weg te vinden, bijvoorbeeld met behulp van de zon, de sterren en het magnetische veld rond de aarde.
Met de zon kan een vogel zijn koers bepalen door de stand van de zon steeds in de gaten te houden; die draait immers van het oosten in de ochtend naar het westen in de avond. Met behulp van een ingebouwde biologische klok corrigeert hij voortdurend de vliegrichting ten opzichte van de zonnestand die hij al vliegend ziet.

Poolster

Vogels die alleen 's nachts trekken, gebruiken de positie van de sterren. Ze kennen de Poolster die altijd op een vaste plek in het noorden staat. Als de zon en 's nachts ook de sterren onzichtbaar zijn, gebruiken vogels het magnetische veld rondom de aarde als hulpmiddel. Ze hebben een zintuig dat werkt als een ingebouwd kompas en daarmee kunnen ze waarnemen of ze precies de goede koers aanhouden op hun vlucht naar het zuiden.
Er zijn gebieden op aarde waar afwijkingen voorkomen in het magnetische veld; daar kunnen trekvogels problemen krijgen. Als ze in dit soort gebieden enkele dagen uitrusten, raakt hun kompas helemaal ontregeld en moeten ze terugvallen op zon en sterren, zodra dat tenminste weer kan.

Kustlijnen

Ook kustlijnen, de loop van rivieren en andere details worden in de hersens van de trekvogels opgeslagen. Die patronen vergelijken ze tijdens de vlucht met wat ze zien.
De koekoek beheerst dit 'vergelijken' zo goed dat hij in staat is terug te keren naar de plek waar overwintert. Het is bijzonder om te beseffen dat trekvogels andere en betere zintuigen hebben dan wij om over de hele aarde te weten waar ze zijn.

Meer info:

www.ivn.nl/afdeling/veldhoven-eindhoven-vessem

Meer berichten