Ooievaars op de molen Sint Jan in Oerle. De oorspronkelijke Nederlandse ooievaars vliegen naar Zuid-Afrika. FOTO: Harrie Kesseler.
Ooievaars op de molen Sint Jan in Oerle. De oorspronkelijke Nederlandse ooievaars vliegen naar Zuid-Afrika. FOTO: Harrie Kesseler.

Trekvogels zijn vaak snelle jongens

Algemeen

IVN VEV

De dagen worden korter en temperatuur daalt. Zonder dat mensen zich ervan bewust zijn trekken er duizenden vogels in september en oktober over de hoofden naar hun overwinteringsgebied. Op een zonnige morgen, aan de rand van een open terrein met de bosrand in de rug, zijn ze vaak een schitterend schouwspel. Het is de vogeltrek. En de reden dat de vogels vertrekken is natuurlijk: overleven.

VELDHOVEN - Er is een grote variatie in de vogeltrek. De verschillen liggen in de vertrektijd, overwinteringsplaats, snelheid waarmee en de hoogte waarop getrokken wordt, de manier waarop de koers bepaald wordt, enzovoort. De aanleiding voor vogels om te gaan trekken, heeft waarschijnlijk te maken met klimaatveranderingen die zich in de loop van de eeuwen hebben voorgedaan. Het vermogen om grote afstanden af te leggen heeft ervoor gezorgd dat de vogels in staat zijn zich aan de veranderende omstandigheden aan te passen. Zo kunnen zij de ene keer het gunstige klimaat noordelijk opzoeken en later dat jaar zuidelijk de ideale omstandigheden vinden. Nu het klimaat zo sterk aan het veranderen is zien we dus ook weer veranderingen in de patronen van sommige trekvogels.

Thermiek

Trekvogels zijn globaal te verdelen in korte en lange afstand trekkers. Korte afstand trekkers, zoals de kievit, hebben hun winterkwartier in een streek die grenst aan het broedgebied. Die gaan bijvoorbeeld naar Frankrijk of de Britse Eilanden. Lange afstand trekkers zijn de vogels die in Afrika overwinteren. De grotere vogels zoals roofvogels en ooievaars vliegen in glij- of zweefvlucht. Zij maken gebruik van thermiek, opstijgende lucht boven land. Ze laten zich naar grote hoogte meevoeren zonder dat dit energie kost. Wegens het ontbreken van thermiek boven grote wateroppervlakten worden zeeën door deze vogels gemeden. Zij zoeken de plaatsen op waar de oversteek naar Afrika het smalst is. Deze zogenaamde trekbanen zijn bij Gibraltar en de Bosporus. In het najaar kunnen daar dan ook tienduizenden vogels worden waargenomen. Kleinere vogels kunnen de Middellandse Zee, evenals de Sahara, wel oversteken. Het aantal vogels dat vanuit Europa in tropisch Afrika overwintert, wordt geschat op 4 tot 5 miljard.

Met de voorjaarstrek komen de vogels terug in het broedgebied. Zij doen dat op een zodanig tijdstip, dat zij niet de kans lopen te bevriezen of te verhongeren. Maar ze mogen ook niet te laat komen voor het grootbrengen van de jongen. Bij ongunstige omstandigheden wordt de trek zoveel mogelijk uitgesteld. 

Snelle jongens

Voor de meeste soorten geldt tijdens de trek een gemiddelde snelheid van 40 tot 60 kilometer per uur. Snelle jongens zijn de spreeuw en de gierzwaluw, die halen wel 70 kilometer per uur. Echte snelheidsmaniakken zijn plevieren en snippen, die vliegen ruim 90 kilometer per uur. De vogel met het wereldrecord trekken op zijn naam is de grutto. Hij heeft het officieuze record non-stop vliegen verbroken. Het dier dat gevolgd werd met een zender, vloog in één keer van Alaska naar Nieuw-Zeeland. Dat is 12.200 kilometer, een indrukwekkende afstand.

ivn.nl

Trektellen is het systematisch tellen van voorbijtrekkende vogels vanaf een telpost. De gegevens worden steeds vaker gebruikt voor onderzoek naar trekpatronen. De website trektellen.nl verzamelt alle tellingen. De aantallen worden door de waarnemers ingevoerd. Zo worden de resultaten van alle Nederlandse telposten overzichtelijk gemaakt.

Niet op pad

Door de klimaatverandering blijven lange vorstperiodes uit. Reden dat bepaalde vogelsoorten van trekvogels veranderen in standvogels en het hele jaar in ons land blijven. De kieviet bijvoorbeeld. Als het toch niet vriest, is het veel veiliger om thuis te blijven!

Trekvogels komen weer terug in hun broedgebied