Logo veldhovensweekblad.nl


Karnen en verkopen van boter is vaak de taak van de boerin.
Karnen en verkopen van boter is vaak de taak van de boerin.

Boter uit Oerle van Sint Jan

Aan de St. Janstraat in Oerle staat tot voor kort een wit gebouw met huisnummer 52. Vroeger stond hier de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek Sint Jan, actief tussen 1917 en 1957.

VELDHOVEN - In de negentiende eeuw al vormt boter een belangrijke inkomstenbron voor boerengezinnen. In die tijd wordt op veel boerderijen melk verwerkt tot boter en verkocht op een botermijn in de eigen gemeente waar lokale handelaren en kruideniers het kopen. Karnen en verkopen van boter is vaak de taak van de boerin, waardoor boer en boerin financieel gelijkwaardige partners zijn. Heel geëmancipeerd voor die tijd.

Florerende handel

Vanaf 1870 wordt de boterhandel in Zuidoost Brabant steeds belangrijker. Mensen investeren in melkcentrifuges (karntonnen) die worden aangedreven door eigen spierkracht of door een hond in een tredmolen. In Zeelst bij voorbeeld zijn in 1890 26 melkcentrifuges die aangedreven worden door honden. In 1893/1894 komt de fabrieksmatige productie van boter op gang. Soms op particulier initiatief, maar vaak ook door coöperatieve verenigingen van boeren. In Veldhoven is dat De Veldbloem, in Zeelst De verenigde landbouwers, in Kerk-Oerle de Sint Jansvereniging en in Zandoerle de Coöperatieve Roomboterfabriek De Lindebloem.

Nieuw coöperatie

De eerdergenoemde coöperaties verenigen zich samen met De Klaverbloem uit Wintelre tot een nieuwe coöperatie om te komen tot een stoomzuivelfabriek. Op 1 juli 1917 treedt het bedrijf in werking. Een deel van de boeren uit Zeelst stapt echter over naar een stoomzuivelfabriek in Strijp. In 1957 neemt Campina uit Eindhoven alles over en komt de fabriek stil te liggen.

Schaalvergroting

Het gebruik van stoommachines leidt tot enorme schaalvergroting in de melkindustrie. Per dag wordt er 15.000 liter melk van de coöperatie bij de boeren opgehaald. De melkcentrifuge heeft een capaciteit van 4.000 liter per uur. De 12.000 liter ondermelk (melk die overblijft na verwijderen van de room) gaat terug naar de boeren als voer voor de varkens en kalveren. Ook in die tijd zijn er al aanbestedingen: het ophalen van de melk in bussen wordt jaarlijks aanbesteed.

Bij de fabriek werkten Martien Henst (directeur), Job van de Velden, Frans Schellekens (stoker), Dries Jonkers (machinist), Dorus van de Ven (ondermelktapper), Willem van Dooren (schoolmelk) en venters Tinus van de Velden, Kees Kelders en Godefridus van de Velden.

www.geheimenvanveldhoven.nl

Reageer als eerste
Meer berichten