Logo veldhovensweekblad.nl


Trekvogels: op pad om te overleven


Zonder dat wij ons er van bewust zijn trekken er duizenden vogels in september en oktober over onze hoofden naar hun overwinteringsgebied. Op een zonnige morgen, aan de rand van een open terrein met de bosrand in de rug, zijn ze vaak een schitterend schouwspel. We noemen dit de vogeltrek. En de reden dat de vogels vertrekken is natuurlijk: overleven.

VELDHOVEN - Er is een grote variatie in de vogeltrek. De verschillen liggen in de vertrektijd, overwinteringsplaats, snelheid waarmee en de hoogte waarop getrokken wordt, de manier waarop de koers bepaald wordt, enzovoort. De aanleiding voor vogels om te gaan trekken, heeft waarschijnlijk te maken met klimaatveranderingen die zich in de loop van de eeuwen hebben voorgedaan. Het vermogen om grote afstanden af te leggen heeft ervoor gezorgd dat de vogels in staat zijn zich aan de veranderende omstandigheden aan te passen. Zo kunnen zij de ene keer het gunstige klimaat noordelijk opzoeken en later dat jaar zuidelijk de ideale omstandigheden vinden.

Thermiek

Trekvogels verdelen we globaal in: korte en lange afstand trekkers. Korte afstand trekkers, zoals de kievit, hebben hun winterkwartier in een streek die grenst aan het broedgebied. Die gaan bijvoorbeeld naar Frankrijk of de Britse Eilanden. Lange afstand trekkers zijn de vogels die in Afrika overwinteren. De grotere vogels zoals roofvogels en ooievaars vliegen in glij- of zweefvlucht. Zij maken gebruik van thermiek, opstijgende lucht boven land. Wegens het ontbreken van thermiek boven grote wateroppervlakten worden zeeën door deze vogels gemeden. Zij zoeken de plaatsen op waar de oversteek naar Afrika het smalst is. Deze zogenaamde trekbanen zijn bij Gibraltar en de Bosporus. In het najaar kunnen daar dan ook tienduizenden vogels worden waargenomen. Kleinere vogels kunnen de Middellandse Zee, evenals de Sahara, wel oversteken. Het aantal vogels dat vanuit Europa in tropisch Afrika overwintert, wordt geschat op 4 tot 5 miljard. Met de voorjaarstrek komen de vogels terug in het broedgebied. Maar ze mogen ook niet te laat komen voor het grootbrengen van de jongen. Bij ongunstige omstandigheden wordt de trek zoveel mogelijk uitgesteld, terwijl de vogels bij gunstige omstandigheden massaal op weg gaan. Voor de meeste soorten geldt tijdens de trek een gemiddelde snelheid van 40 tot 60 km per uur. Snelle jongens zijn de spreeuw en de gierzwaluw, die halen wel 70 km/u. Echte snelheidsmaniakken zijn plevieren en snippen met ruim 90 km/u.

Reageer als eerste
Meer berichten