Een vrijuit gegroeide grove den, de vliegden, met op de achtergrond de rechte groeivorm. FOTO: Gerard Lijten.
Een vrijuit gegroeide grove den, de vliegden, met op de achtergrond de rechte groeivorm. FOTO: Gerard Lijten. (Foto: )

Dennenbossen herbergen veel leven

“Dennenbossen zijn zo doods. Een loofbos is veel mooier!” Deze uitspraak is regelmatig te horen. Het planten- en dierenleven in een gemiddeld naaldbos is weinig gevarieerd. Ruim 100 jaar geleden is gestart de lege en uitgestrekte heidevelden op grote schaal te beplanten met grove dennen. Deze moesten dienen als stuthout voor de Limburgse kolenmijnen. Dennenhout kraakt bij overbelasting en dat geeft mijnwerkers de kans om op tijd te vluchten bij gevaar.

VELDHOVEN - Dennenbossen zijn in die tijd niet meer dan akkers met dennen. De boompjes staan dicht bij elkaar op rijen. Daardoor ontstaat een sterke lengtegroei met lange rechte bomen, prima geschikt voor palen of masten. Doordat er weinig licht op de bodem terecht komt, wordt de onderbegroeiing afgeremd. Het resultaat is een monocultuur. Daarmee is de armoede van het dennenbos grotendeels verklaard. Wanneer een grove den echter voldoende ruimte krijgt, kan die uitgroeien tot een prachtige boom.

Overigens staan er niet alleen dennen in het naaldbos, er groeien ook sparren en lariksen. Bij een spar staan de naalden afzonderlijk op de twijgen, bij een den in paren en bij een lariks in trosjes. Een ezelsbruggetje om dit te onthouden is: spar-singel, den-duo en lariks-legio. De meest voorkomende naaldboom is de grove den, herkenbaar aan de oranje-bruine bovenzijde van de stam.

Douglas

Het aantal plantensoorten in een naaldbos is betrekkelijk klein. In een dicht bos met Douglas- of fijnspar is geen bodembegroeiing. In een bos grove dennen groeien verspreid varens, mossen en de grassoort bochtige smele.
Het dierenrijk is beter vertegenwoordigd, vooral met insecten en spinnen. Zo wemelt het van springstaarten, spinnetjes, kevers, wantsen en vele andere soorten. Sommigen zijn zelfs met hun naam aan de gastheer verbonden: dennenscheerder, dennenbladwesp en dennenpijlstaart.
De insecten vormen het voedsel van typische naaldbosbewoners als zwarte mees, kuifmees en goudhaantje. Maar er wonen ook grotere vogels. De groene specht leeft vooral van rode bosmieren, die hun nest bij voorkeur op een zonnige plaats bouwen.

Dennenkegel

De grote bonte specht eet de zaadjes uit dennenkegels, die hij er uithamert met zijn snavel. De gerafelde kegels zijn dan soms in grote aantallen onder een boom te vinden. Op andere plekken zijn keurig afgekloven kegels te vinden; dat is het werk van een eekhoorn of muis. Roofvogels als sperwer en havik verraden hun aanwezigheid door prooiresten of hun witte uitwerpselen.
Veranderend bosbeheer geeft door uitdunning meer licht op de bodem, lijsterbes en sporkehout en bomen als ruwe berk en zomereik krijgen weer een kans. Dood hout laten liggen geeft grondverbetering en rijker insectenleven. Uiteindelijk leidt dat tot een nog aantrekkelijker bos voor planten, dieren én mensen.

Een vrijuit gegroeide grove den, de vliegden, met op de achtergrond de rechte groeivorm. Foto: Gerard Lijten.

IVN VEV

Goudhaantje
eet dagelijks
eigen gewicht
aan insecten

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden