Logo veldhovensweekblad.nl


Het lantaarntje is een juffer met vaak een blauw gekleurde segment van het achterlijf, het zogenoemde 'achterlicht.' (Foto: Rien de Schipper).
Het lantaarntje is een juffer met vaak een blauw gekleurde segment van het achterlijf, het zogenoemde 'achterlicht.' (Foto: Rien de Schipper).

Poelen: bronnen van veel leven

In Veldhoven vinden we langs de Dommel al gauw een twintigtal oude en nieuwe poelen. Slechts enkele zijn toegankelijk of zichtbaar voor het publiek. Verder vinden we nieuw aangelegde poelen bij de Molenvelden, het Toterfout en op particuliere terreinen. Veel amfibieën brengen hun leven door in een straal van 500 meter rond hun geboortepoel. De griekse woorden amfi en bios betekenen "dubbel leven", een amfibie heeft dus zowel land als water nodig om te leven.

VELDHOVEN - Voor de voortplanting hebben kikkers stilstaand, ondiep water nodig van goede kwaliteit. Ze paren en leggen hun eitjes (kikkerdril) in het water. Daaruit komen kikkervisjes die na verloop van tijd achterpootjes en voorpootjes krijgen. Het dikkopje is een klein kikkertje geworden. De volwassen amfibieën verlaten vaak al snel na de afzetting van de eieren het water. Padden leven het meest op het land. Door hun dikke wratachtige huid drogen ze niet snel uit. Salamanders en kikkers blijven dichter in de buurt van de poelen. Op het land zijn ze vooral te vinden op vochtige, beschutte plaatsen, zoals houtstapels, tussen stenen, bladeren of dichte vegetatie. Op deze plaatsen kunnen ze ook, evenals in de modderlaag van de poel, overwinteren.

Stekelbaars
De omgeving van de poel heeft grote invloed op het voorkomen van de verschillende amfibieënsoorten. Poelen in de nabijheid van natuur- en bosgebieden of in gebieden met houtwallen en ruigten herbergen de meeste soorten. De meest voorkomende soorten zijn de bruine en de groene kikker, de gewone pad, de kleine watersalamander en, plaatselijk, de alpenwatersalamander (o.a. bij Veldhoven). Naast amfibieën kunnen we in de poelen nog tal van andere dieren en diertjes aantreffen. Bijvoorbeeld de stekelbaars een vier à vijf centimeter lang visjes, met stekeltjes op hun rug. Het mannetje kleurt in de paartijd fel rood en blauw. Hij bouwt van modder en plantenresten een nestje. Hij lokt het vrouwtje er naar toe, die daar haar eitjes legt. Het mannetje zwemt daarna over de eitjes om ze te bevruchten. Uit de eitjes die het libellenvrouwtje in het water legt, komen na verloop van tijd nimfen (in aanleg al volledige, kleine libellen). Door herhaaldelijk te vervellen gaan de nimfen steeds meer op de volwassen libellen lijken. Na ongeveer één tot vijf jaar, afhankelijk van de soort, kruipen ze langs een plantenstengel het water uit. Dan splijt hun huid en komt er een volwassen libel uit tevoorschijn. Libellen leven niet lang; de meeste volwassen soorten maar een paar weken. In de poelen van het Toterfout leefde vroeger de zeldzame knoflookpad. Hopelijk wordt hij binnenkort weer gesignaleerd.

Reageer als eerste